10-05-07
widooie
Een betonnen pad leidt ons naar het punt. Het is versmallend, begrensd met hoge bomen en nogal nauw. De fietsers peddelen ons stug maar met een vreemde smile tegemoet. Doorheen het schaduwland op weg naar het lichtpunt in de verte. Plots is alles open. Woelig wuiven de velden. We stappen uit. Allerlei einders tegemoet. Bloedende bloemen openen al van ver hun tedere hart. het uitzicht op de in de zon schiftende akkers is verrassend. Vers groen glijdt over de einders. Een betonnen fietspad bijt zich ongenaakbaar door de glooiende hellingen van gras en tarwe.
In de verte loert een schuw hoopje struikgewas in onze richting. Een koppig residu van het vroegere boccagelandschap. Ook de statige Dom staart. Wij kijken vrank terug. De tijd lijkt hier eeuwig en in stilte te vervloeien. het glijdend bewustzijn van dit land lijkt nergens te eindigen. De vergroende richel is begroeid met rode bloemen. Vuurrood en blozend in het benauwde, terugdeinzende bermgras. Pluk ze en ze verleppen, sterven flets. Onbeschaamd dringen we het bosje -want dat is het struikgewas van dichterbij- binnen. Een nauwelijks begaanbaar pad, de doornen lijken ons te willen waarschuwen voor iets onnoemelijks dat staat te gebeuren. Of hier gebeurd is.
Het ding staat er plots: drie ongenaakbare voelsprieten drukken fel tegen de grond. Het staart ons doodstil aan, als gereed voor een dodende sprong. Het lijkt wel een ruimtetuig: supersonisch maar ook eenzaam. Achtergelaten door zijn onaardse bezoekers. 50 meter verder nog één en dan nog één. Een invasie? We besluiten te gaan. Want het voelt hier vreemd. Alsof er iets of iemand elk moment kan tevoorschijn schieten. De zon ruist in de boomtoppen, net buiten het bereik van een tastende blik. We verlaten dit vreemde mini-bos langs zijn kwetsbaarste flank. De scherpe rif van het land glooiert uit in een zicht op Widooie-dorp.
Dan: dodende blikken van in de verte beestende boerenzonen: uit de kluiten gewassen én behoorlijk boos. Want wij blokkeren hun toevoer. Hun tractor: onbedoeld door ons klemgezet. Galmende vloeken in onze richting kaatsen op het rode staal van onze ongemakkelijk wegvliedende vierwieler.
Wij zuchten.
BE
Wi-dooie op-ge-wonden
Wi-dooie. De wegbedding van hoge bermen en wuivende bomen omarmt ons. Geborgenheid. Maar wat of wie geeft dit gevoel? Fortuna? ‘Wij, de dooien’ of in streektaal ‘Wi-dooie’?
We droppen onze auto in het midden van het wegje, annex fietspad, alsof in deze omgeving verkeersregels er niet meer toe doen. De stadswachters zijn ver. Het vuurrode, vuile, stalen harnas van onze wagen geeft de indruk een misplaatste pion te zijn in een zacht groen, bruin en geel glooiend landschap. Bevroren tijd.
Perplex door zoveel onverwachte schoonheid gluren we ons buiten. Het mysterie glijdt naar binnen. Elke heuvel eindigt in een apocalyptische eindhorizon. Fataal. Liefelijk. Beangstigend. Geruststellend. De wind lijkt de doden een stem te geven. Ritselend, knisperend bewegen de geesten uit een misschien nog niet zo heel ver verleden zich doorheen het granenveld. Elke graanhalm buigt mee zodat een zee van welkomstgeruis onze oren en blikken vult. We buigen mee. Temidden van alle velden vinden we een klein bos met struiken en bomen…
We voelen ons als in een queeste. Waarschijnlijk ligt de heilige graal daar open en bloot in het centrum van het struikgewas… Fietsers trappen ons terug naar de werkelijkheid… We klimmen ons een weg doorheen het struikgewas en net als we onszelf overtuigd hebben van het inspirerende banale van deze plek, duikt een langwerpig voorwerp op met lange tentakels en kleine sensoren aan de buitenkant. Misschien zijn we toch niet de eerste levende zielen in het struikgewas? Het lijken getuigen van een nog niet geleefd verleden… Met rode bloedbloemen als kroongetuigen van wat was of wat zal… De bizarre voorwerpen zijn in de meerderheid. We maken ons uit de voeten. Richting granenveld en kerktoren. Elk ogenblik kunnen ze beginnen spinnen en ons vastgrijpen. We stappen goed door. Lachend met zoveel fantasie kussen we de verbeelding de hemel in.
Plots lijkt in de verre verte het gemoedelijke tafereel van werkende boeren tot leven te komen. We horen roepen en tieren en kijken bezorgd naar het struikgewas… zouden de voorwerpen aan een vernietigende kruistocht begonnen zijn? Achter ons is alles rustig … We slenteren verder in het tempo van een oma van tachtig jaar met stok… Eénmaal aangekomen aan onze rode ros, besluiten we ook even een blik te werpen op de boomgaarden. Het gegil houdt aan. Sfeer gebroken. Dan maar terugkeren. Een enorme tractor gehinderd door een kleine rode ridder met vuil harnas, moedig standhoudend. Het lijkt wel David tegen Goliath. We kijken. We zien. Tractor. Boeren. Harken. We springen in de auto. Gierende banden…
Geen ge-wonden… Enkel op-ge-wonden
23:56 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
Post een commentaar